Het verhaal van de dwaas en de pissige buurvrouw

Als jochie van 10 jaar oud schreef ik met stoepkrijt ‘PIS’ op de stoep. Precies voor het raam van de overbuurvrouw. Ik had net ruzie gehad met haar zoontje. In hoofdletters kalkte ik ‘een heel lelijk woord’ op straat. Zo uit ik als tekstschrijver avant la lettre mijn ongenoegen. Op het moment dat ik een streep onder het woord ‘PIS’ wil zetten, stormt de overbuurvrouw – met keukenschort aan en krulspelden in het haar – naar buiten, pakt me bij m’n oren en sleept me mee naar de overkant. Bij mijn ouderlijk huis belt ze aan. Hevig verontwaardigd doet ze verslag van mijn kwajongensstreken. Ik sta er met knikkende knietjes naast. Nog nooit heb ik haar zo pissig gezien. Waarom is dit ‘zeikverhaal’ een treffend voorbeeld van storytelling? Het voorval zorgt bij mij voor een gedragsverandering. En vaak gebruik ik het om te illustreren hoe kwetsend (schutting)taal is.

Angstzweet

Laat ik het lange verhaal van de overbuurvrouw kort houden. ‘Jij groeit op voor galg en rad’, briest ze. ‘Alleen gekken en dwazen schrijven op muren en glazen.’ Met haar tirade vindt ze een gewillig oor bij mijn moeder. Vijf minuten later ga letterlijk ik door de knieën. Een afwasborstel in de rechterhand, een emmertje sop in de linkerhand. De vernedering loopt als angstzweet over mijn rug. Ik ben bang dat buurtgenoten zien wat ik heb gedaan. De overbuurvrouw had gelijk. Ik was een dwaas en ik vond het leuk om stiekem met stoepkrijt oneliners op trottoirs en muren te schrijven. Mijn moeder wist zich er geen raad mee. Ze wilde me straffen als ik hoofdverdachte was van deze graffiti met krijt. Haar probleem: ik was nog nooit op heterdaad betrapt. En met een leugentje om bestwil had ik geen problemen.

Jeugdherinnering

Bovenstaand voorval vond meer dan 40 jaar geleden plaats. Toch herinner ik het me nog als de dag van gisteren. De herinnering eraan drijft regelmatig boven. Vooral als ik de jeugd van tegenwoordig hoor schelden. Thuis, op straat of op het voetbalveld. Een bekend gezegde stelt dat schelden geen pijn doet. Is dat wel zo? Als de scheldkanonnade uit de mond van een geliefde, familielid of vriend komt, voelen woorden heel pijnlijk aan. De straf met afwasborstel en zeepsop werkte. Ik leerde mijn lesje en heb nooit meer schuttingwoorden op ‘muren en glazen’ geschreven. En ik heb mijn best gedaan om niet te pesten.  Dat is op enkele uitzonderingen na goed gelukt.

Straattaal

De straattaal uit mijn jeugd was onschuldig als je een vergelijking trekt met de scheldwoorden van tegenwoordig. Ik herinner me ‘Hé tomatensoep’ voor een jongen met rood haar, ‘poepchinees’ voor de eerste allochtoon, ‘pissebed’ voor kinderen die tijdens schooltijd in hun broek doen en met een ligadoos met natte onderbroek naar huis gaan, ‘snottebel’ voor een meisje dat eeuwig verkouden lijkt, ‘sloddervos’ voor de leraar die z’n klaslokaal niet opruimt en ‘brillenjood’ voor het uitslovertje uit de klas die een bril draagt. Laat dat laatste jongetje nu net bij mij in de straat wonen, precies aan de overkant. Op de bewuste dag hadden we een stevige woordenwisseling met elkaar. De krachttermen ‘brillenjood’ en ‘zeikerd’ gingen over en weer. Mijn buurjongen raakte bij mij een gevoelige snaar. Ik mocht niet meer met zijn elektrische racewagen en zelfgebouwde robot spelen. Ik besloot wraak te nemen. Toen ik dacht dat niemand keek, schreef ik met hoofdletters ‘PIS’ op het trottoir voor zijn huis. Ik was de uiteindelijke boodschapper, het idee kwam van een andere jongen uit de straat.

Verschil maken

Wat hebben de anekdote over de pissige buurvrouw, straattaal en storytelling met elkaar te maken. Vaak denken mensen dat storytelling gaat over grote verhalen met bekende helden in de hoofdrol. Dat is een misverstand. Het zijn de kleine, persoonlijke verhalen uit het leven van alledag die ons raken. We identificeren ons veel gemakkelijker met deze anekdotes of verhalen. Deze identificatie zorgt voor herkenning, voortschrijdend inzicht en bewustwording: de 3 belangrijkste ingrediënten om in actie te komen, te veranderen of je doel te bereiken.

Ingrediënten storytelling

Wanneer krijgt een verhaal het predicaat ‘storytelling’ opgeplakt? Om van storytelling te kunnen spreken, bevat een verhaal de volgende ingrediënten.

  • Het verhaal draait om een hoofdpersoon (ik zelf)
  • Het verhaal speelt zich in een bepaalde tijd en plaats af (op een woensdagmiddag in het voorjaar van 1977, in de straat waar ik ben opgegroeid, tegenover mijn ouderlijk huis)
  • Het verhaal heeft een begin, midden en einde (ruzie met buurjongen, wraakactie van mezelf, de pissige overbuurvrouw en de straf van mijn moeder)
  • De hoofdpersoon maakt een worsteling door en het verhaal neemt een wending (als dwaas schreef ik met stoepkrijt op muren en trottoirs en pestte ik jongens uit de buurt)
  • Er zijn mede- en tegenstanders (de andere buurjongen zetten me tot de gewraakte actie aan, mijn moeder stimuleerde me om eerlijk te zijn, niet te pesten en geen schuttingtaal te gebruiken)
  • Het verhaal is authentiek en persoonlijk (de letters ‘PIS’ op het trottoir, de pissige overbuurvrouw en de straf van mijn moeder staan in mijn geheugen gegrift)

Afspraak maken voor storytelling?

Als een verhaal bovenstaande 6 ingrediënten bevat, maakt een verhaal het verschil. Deze ingrediënten zijn niet willekeurig gekozen. Ze komen uit het klassieke verhaal ‘de reis van de held’. Veel sprookjes, mythes, sages, of Bijbelverhalen zijn op deze leest geschoeid. Als je de opzet van storytelling snapt, kun je deze verhalen als inspiratiebron gebruiken. Als je zelf storytelling toepast, is het verstandig om het verhaal klein en persoonlijk te houden. Ook dit verhaal kun je natuurlijk als voorbeeld gebruiken. Dit blog is onderdeel van de reeks ‘Niet zeiken, vertel verhalen’. De komende periode ga ik me blootgeven met deze persoonlijke verhalen. In elk verhaal staat een belangrijk kenmerk van storytelling centraal. Wil je zelf storytelling toepassen in je communicatie? Ik help je graag om het juiste verhaal boven water te krijgen en op papier te zetten. Interesse? Bel (06) 53 22 60 82 of vul het contactformulier in om een afspraak te maken.

Als tekstschrijvercopywriterstoryteller, blogger, presentatiecoach en SEO tekstschrijver helpt André Driessen ondernemers in de regio Eindhoven – Tilburg – Den Bosch om hun ideeën te verwoorden. Op papier, op het beeldscherm of bij presentaties, zoals de Elevator Pitch of een Pecha Kucha.

Speciaal voor ondernemers heeft hij enkele beproefde workshops ontwikkeld: Bloggen, Webschrijven, Verkoopbrieven schrijven en Elevator Pitch.

Samen met de experts van Kwaaijongens laat André ondernemers scoren met WordPress-websites.